C.G. Jung (1875-1961)

Vanuit zijn achtergrond als psychiater heeft Jung de analytische psychologie en therapie ontwikkeld. Zijn bevindingen hebben geleid tot een bijzondere therapievorm en een bijzondere (filosofische) opvatting over de (diepte-)psychologische drijfveren van de mens.

Veel menselijke processen worden vanuit zijn gedachtegoed inzichtelijk en begrijpelijk. Wij hebben aan hem allerlei begrippen te danken zoals: archetype, collectieve onbewuste, schaduw, introvert, extravert, synchroniciteit etc. Deze begrippen maken ondermeer duidelijk hoezeer de mens verbonden is met de wereld en andere mensen. De analytische therapie maakt gebruik van inzichten uit de psychoanalyse en andere therapeutische stromingen en combineert deze tot een samenhangende therapievorm. Een vorm die ervoor zorgt, dat u ‘de mens kunt worden die u werkelijk bent’.

Analytische therapie: een ontdekkingsreis

De analytische therapie richt zich op het (her-) ontdekken en bewust worden van de eigen onbewuste delen. Dat wat ‘vergeten’ moest worden, maar ook uw schaduwkant; de dingen die u liever niet onder ogen ziet. Het doel is integratie van deze delen. Integratie houdt in bewust zijn van uw eigen kwaliteiten, de eigen valkuilen en dat wat u drijft en deze als delen van uzelf accepteren en waarderen. De analytische therapie maakt daarbij gebruik van beelden, zoals: tekeningen, dromen, imaginaties etc. Deze beelden drukken namelijk ongecensureerd uit wat het onbewuste kenbaar wil maken. Al kan de werkelijke boodschap bijvoorbeeld uit een droom lastig te achterhalen zijn. Alle methoden zijn erop gericht om de ontdekkingstocht naar wie iemand werkelijk is te ondersteunen of te vergemakkelijken.

Jungiaans: het menselijke streven naar heel en ongedeeld zijn.

Elk mens heeft een bewuste en zichtbare kant en daarnaast een – voor hem zelf – onbewuste aandrijvende natuur. Kenmerkend voor Jung’s opvattingen is, dat de buitenwereld weerspiegelt, wat er in een mens gebeurt; “zo binnen, zo buiten”. Zich herhalende problemen en patronen in iemands leven zijn daarbij symbolisch voor onderliggende en onbewuste factoren.

Deze onbewuste factoren (schaduw- en dissociatieve delen) dienen zich ondermeer aan in de vorm van projecties. De persoon ‘veroordeelt’ bijvoorbeeld bepaald gedrag van anderen. Als de projectie “eraf” is, (h-)erkent hij pas hoezeer dit gedrag ook in hemzelf aanwezig is. Vaak is daarbij sprake van tegenstellingen tussen de persoon die iemand wil zijn en de persoon die hij/zij werkelijk is. Tussen deze tegenstellingen ontstaat dan toenemende spanning. In iedere mens is echter een diep verlangen naar heelheid.

Het zogenaamde individuatieproces (ongedeeld worden) zoals Jung dit noemde is op te vatten als een puur menselijk streven naar heelheid. De mens worden die men werkelijk is.

Het Jungiaanse gedachtegoed in de 21e eeuw

Jung heeft met zijn analytische psychologie een stevige basis gelegd waarop anderen hebben voortgebouwd. Zo zijn bijvoorbeeld op Jung’s persoonlijkheidstypen de MBTI® (Meyers-Briggs Type Indicator) en recenter de ALTI© (Alert Type Indicator) -de Europese variant van de MBTI® – gebaseerd . Deze testen worden tot op de dag van vandaag gebruikt. Werken met deze testen kan zeer verhelderend werken op individueel en op groepsniveau (bedrijven, instellingen etc.).

In diverse landen bevinden zich opleidingsinstituten waar aankomend analytische therapeuten zich bekwamen. In Nederland is dat ondermeer het Jungiaans Instituut te Nijmegen. Daarnaast zijn allerlei diagnostische en therapeutische hulpmiddelen ontwikkeld. Een belangrijke ontwikkeling is de mogelijkheid om het Jungiaans gedachtegoed ook toe te passen op en in organisaties.

Mensen vormen organisaties en daarmee geldt ook voor organisaties, dat er sprake is van spanningsvelden tussen de bewuste en onbewuste delen. Ont-moet richt zich daarom op individuen in therapie en coaching, maar tevens op organisaties en instellingen. Ook deze kunnen namelijk veel baat hebben bij een Jungiaanse aanpak.